Blogs

Onderwijshuisvesting

Geschreven op 21 maart 2019

In het MBO, HBO en WO zijn onderwijsinstellingen zelf verantwoordelijk voor de huisvesting. Dit wordt deels bekostigd middels een rijksbijdrage, deze bijdrage wordt als lumpsum uitgekeerd. Dit houdt in dat onderwijsinstellingen een vergoeding krijgen op basis van het aantal ingeschreven studenten. De besteding van deze bijdrage kunnen instellingen vervolgens zelf bepalen. De geschatte investeringen in huisvesting in het MBO, HBO en WO bedragen zo’n 4 miljard euro in de komende jaren.

Dit is een fors bedrag. Meer investeren in huisvesting betekent automatisch minder investeren in personeel, onderwijsontwikkeling en onderwijsondersteuning. Allen essentiële onderdelen voor de kwaliteit van het onderwijs. Inefficiënt gebruik van lokalen binnen een schoolgebouw betekent niet alleen een verspilling van ruimte (en dus het maken van onnodige kosten), maar heeft ook indirect gevolgen op de kwaliteit van het onderwijs.

Het slimmer investeren in huisvesting wordt met de komst van e-learning en afstandsonderwijs steeds belangrijker. Waar voorheen op basis van het aantal studentinschrijvingen redelijk snel een inschatting gemaakt kon worden voor de benodigde huisvesting, is dit tegenwoordig een stuk complexer. Niet alleen e-learning en afstandsonderwijs zijn hier een belangrijke oorzaak van, ook de continu veranderende vorm van onderwijs speelt een rol. Denk hierbij aan kleiner wordende klassen, het aanbod van individueel onderwijs of verschillende vormen van onderwijs.

De vraag naar huisvesting wordt deels bepaald tijdens het roosteren, waarbij de roosters o.a. afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van docenten. De beschikbaarheid van docenten is op haar beurt weer afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. Dit alles benadrukt dan ook dat huisvesting sterk in relatie staat tot onderwijslogistiek. Onderstaande vraagstukken, welke grotendeels bij roostermakers bekend zijn, kunnen dan ook zeer waardevol zijn voor het bepalen van de benodigde huisvesting op zowel korte- als lange termijn:

Wat is de vraag naar de verschillende type lokalen gedurende een onderwijsperiode?

Welke capaciteit wordt gevraagd? Bijvoorbeeld; hoeveel lokalen met een capaciteit van 20 studenten hebben wij nodig?

Hoe vol zitten de lokalen daadwerkelijk en hoe ervaren studenten de bezetting van de lokalen?

Is de vraag naar bepaalde lokalen in alle perioden of gedurende een week gelijk? Of kunnen wij lokalen flexibeler inrichten zodat een lokaal anders ingericht kan worden op basis van de vraag?

Wordt het maximale rendement behaald uit de huidige manier van zalen toewijzen?

Wat vinden studenten van het huidige ruimtegebruik? Kunnen ze makkelijk een werkplek vinden en / of reserveren?

Senz. Interim ondersteunt u graag in het beantwoorden van bovenstaande vraagstukken.

Onze opdrachtgevers

Blijf op de hoogte!

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van onderwijslogistiek? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief