Afstudeeropdracht Mathijs- Master Data Driven Business

Mijn naam is Mathijs ter Keurs en ik volg de master Data Driven Business. Begin dit jaar ben ik in contact gekomen met Senz Interim over een afstudeeropdracht. Zij hadden een idee voor een mogelijke opdracht. Voor Senz Interim en mij bleek het een goede afstudeeropdracht en dus ben ik in februari begonnen onder begeleiding van Jeroen Overmars. De afstudeerperiode is nu alweer voorbij en naar mijn mening is het voorbij gevlogen.

Tijdens mijn periode ben ik druk bezig geweest met een uitbreiding creëren voor EduViewz. De uitbreiding zal een nieuw financieel dashboard moeten zijn. Een financieel dashboard dat gericht is op het financiële aspect van ruimtegebruik. De eerste periode van 10 weken heb ik tijd gestoken in vooronderzoek. Met vooronderzoek wordt bedoeld de voorgaande projecten en literatuur over dit onderwerp doornemen. Hieruit bleek dat er nog weinig inzicht was in het financiële aspect van ruimtegebruik. Uiteindelijk is er in de eerste 10 weken een onderzoeksvoorstel opgesteld die in de loop van april werd uitgevoerd.

In de periode vanaf april begon ik het praktijkgedeelte van mijn afstudeeropdracht, die periode duurde ook ongeveer 10 weken. Mede door een goede samenwerking met Jeroen en andere collega’s van Senz Interim heb ik alle stappen van mijn opdracht kunnen doorlopen.

De eerste stap van het onderzoek was om formules uit de literatuur te vinden die ruimtegebruik konden meten en de daarbij horende normen. Vervolgens werden die formules gebruikt op roosterdata die was verzameld, met dank aan een Hogeschool. In deze stap zijn de aspecten om ruimtegebruik te meten bij onderwijsinstellingen aangekaart.

Daarnaast is er ook nog bij een Hogeschool aan verschillende roosterprocescoördinatoren gevraagd of ze de aanwezige type ruimtes wilden waarderen, zodat er een financieel aspect aanwezig is bij ruimtegebruik. Al met al is deze informatie omgezet in een dashboard in Tableau.

 

De laatste stap in mijn onderzoek was dan ook het creëren van een dashboard. Het dashboard geeft inzicht in het financiële rendement van een type ruimte. Er kan bekeken worden wat de norm qua rendement is volgens de literatuur en hoe een ruimte in werkelijkheid presteert ten opzichte van de norm. Daarnaast is ook extra inzicht in de gegeven waarderingen van de roosterprocescoördinatoren en ook is er inzicht in de prestaties per type ruimte op gebied van efficiëntie.

Ik kijk terug op een fijne samenwerking en een leuke tijd bij Senz Interim met een mooi resultaat van mijn afstudeeropdracht.

Terugbuigen?

Nu we weer terugkomen uit een hectische periode en iedereen weer snakt naar het normale leven, is het tijd voor reflectie op wat we geleerd hebben. Een Engels gezegde is: “Never waste a good crisis”. We hebben ervaren dat onderwijs geven op afstand mogelijk is dankzij Teams en andere technologische middelen en dat grote hoorcolleges met weinig interactie makkelijk online gegeven kunnen worden. Het overdragen van kennis kan heel goed online en ook het examineren en tentamineren kan online georganiseerd worden voor grote groepen m.b.v. proctoring. Dit geeft mogelijkheden om vooral tijd- en plaatsonafhankelijk te examineren. Deze kennis is zeker in het kader van de flexibilisering erg belangrijk.

Maar daarbij zijn wel weer kanttekeningen te plaatsen, want we hebben ook de keerzijde van het volledig online onderwijs gezien. De afgelopen tijd heeft ook laten zien dat alleen online onderwijs ook niet de juiste weg is.

  • Onderwijs kan online, maar de sociale interactie tussen leerlingen onderling en tussen de leerling en docent zijn wezenlijke onderdelen van het lesgeven.
  • Online onderwijs moet eigenlijk samen gaan met een visie op blended learning. Het moet een onderdeel zijn van het totale onderwijsconcept.
  • Proctoring wordt ervaren als een middel dat een grote inbreuk doet op de privacy van de student en stressverhogend werkt.
  • Online toetsen kan, maar de uitdaging zit in het opzetten van toetsbanken zodat er meerdere gelijkwaardige varianten gemaakt kunnen worden voor tijd- en plaats onafhankelijk examineren.

De komende tijd wordt het interessant om te zien hoe we omgaan met deze leerervaringen. Buigen we terug naar het oude of behouden we een aantal belangrijke vernieuwingen. Ook in de samenleving zien we de worsteling om het hybride werken vorm te geven. Zo blijken kantoortuinen geen geschikte ruimtes te zijn voor het hybride werken en zoeken we naar een gezonde mix tussen thuis- en op kantoor werken. Er moet meer veranderen anders buigen we weer terug naar het oude vertrouwde werken op kantoor, waarmee ook alle bijkomende problemen als files en overvolle treinen weer terugkeren in ons dagelijkse leven. Datzelfde zien we ook in het onderwijs. Nu alles weer op school kan gebeuren komen de oude bekende knelpunten weer terug. De grote hoorcollegezaal is zo handig voor het eerste introductiecollege en iedereen wil deze op de eerste maandag van de lesperiode om 9 uur graag hebben. Online zaten we elkaar niet in de weg en was dat probleem er niet. Ook hebben we geleerd dat een introductiecollege, meestal puur informatief, makkelijk online verzorgd kan worden.

In dit artikel willen we stilstaan bij de nieuwe mogelijkheden, gecombineerd met de goede oude dingen die we moeten behouden.

  • Faciliteitsproblemen kunnen opgelost worden
    Door na te denken welk onderwijs zich leent voor online onderwijs en daar afspraken over te maken leggen we een minder grote druk op de faciliteiten. Dit betekent wel een uitdaging voor de onderwijslogistiek, want voor studenten en docenten betekent dit dat zij lessen online en fysiek hebben en dat moet wel goed passen.
  • Visie op Blended Learning opent deuren
    Corona heeft ook geleerd dat er online nieuwe mogelijkheden liggen, mits er een onderwijskundige visie komt op blended learning, zodat het online onderwijs een geïntegreerd onderdeel is van het onderwijs. Door te kiezen voor bijvoorbeeld “Flipping the classroom” wordt het onderwijs op locatie vooral het bespreken van huiswerk en aanleren van vaardigheden. Kennisoverdracht vindt vooral online plaats in de vorm van opgenomen videoclips of online lesmateriaal.
  • Flexibel examineren is mogelijk
    Online examineren opent nieuwe mogelijkheden om het examineren te flexibiliseren. Daarbij gaat het niet alleen om het daadwerkelijk online organiseren, maar ook andere manieren van beoordelen, die ervoor zorgen dat studenten meer op hun eigen tijd en plaats kunnen examineren. Dit helpt studenten om studievertraging te voorkomen, omdat zij ergens in de knoei komen met hun eigen planning en de tentamenplanning van de school.


Hybride leren als oplossing voor faciliteitsproblemen

Vanuit de facilitaire hoek wordt er na corona anders tegen ruimtegebruik aangekeken. Voor corona werd al snel besloten om extra ruimte te huren, omdat het toch lastig blijkt om in gesprek met het onderwijs ervoor te zorgen dat de piekbelasting wordt opgelost. Terecht dat er instellingen zijn die eisen dat 10% van het onderwijs online gegeven moet worden. Op deze manier wordt het ruimtegebrek voorkomen en hoeft er geen dure ruimte gehuurd te worden. Een ander voorbeeld is bij een MBO-instelling. Daar zijn bijvoorbeeld de dinsdagen en donderdagen heel druk omdat dan de BBL-klassen binnen zijn. Bij deze instelling is gevraagd aan de BOL-opleidingen om te kijken of het onderwijs op deze dagen online gegeven kan worden.

Maar dan blijkt de praktijk toch weer weerbarstiger dan de theorie. Sommige docenten geven zelf aan dat zij geen onlineonderwijs meer willen geven, omdat zij tijdens de coronaperiode geprobeerd hebben om een reguliere les online te geven en daar een negatieve ervaring aan over hebben gehouden. Daarnaast wordt de puzzel voor de planner of roostermaker ook veel groter, want nu moet er ook goed gekeken worden of een student niet tussentijds heel snel om moet schakelen van een fysieke naar een online les. Het is ook niet praktisch om dezelfde les zowel fysiek als online aan te bieden aan studenten om zo online af te wisselen met fysiek onderwijs. Dit maakt het hybride onderwijs heel lastig en in de praktijk misschien wel onuitvoerbaar.

Hetzelfde zien we bij het gebruik van de hybride lokalen met daarin alle faciliteiten voor onlineonderwijs. Ook deze worden niet meer gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk de ene groep online en de andere groep fysiek aanwezig. Uit eerdere ervaringen blijkt ook dat dit voor docenten een heel lastige situatie is. De voorkeur gaat uit naar allemaal fysiek of allemaal online, maar niet in een hybride setting. Deze lokalen hadden een doel toen een beperkt deel van de studenten op locatie mochten komen, maar het is geen oplossing voor het hybride onderwijs. Daar moeten andere keuzes in gemaakt worden. Er moet meer gekeken worden naar het soort les en wat kan daarin wel en niet online aangeboden kan worden. Zo zullen practica eigenlijk altijd fysiek gegeven moeten worden. Misschien de werkcolleges ook wel, want daar vindt de interactie plaats tussen de docent en student, maar dat zou per werkcollege kunnen verschillen. Maar hoorcolleges of een groot introductiecollege met louter kennis- of informatieoverdracht kunnen wel in kennisclips of online plaatsvinden. Een coachingsles een klein groepje of individueel zou eventueel ook nog online kunnen. De vraag is echter hoe de inhoudelijke discussie hierover gestart kan worden met het onderwijs. Is hier eigenlijk geen onderwijskundige visie voor nodig?

 

 Visie op blended learning

Ook vanuit het onderwijs klinkt het geluid dat hybride onderwijs (parallel fysiek en online lesgeven) gepaard moet gaan met een heldere visie op blended learning, omdat dit anders kan leiden tot verkeerde keuzes (zoals een hybride lokaal voor offline onderwijs) of een bijna niet te organiseren situatie waarbij online en fysieke dagen geroosterd moeten worden voor studenten en docenten.

Al een tijdje is er de trend dat het onderwijs verschuift van het traditionele lesgeven, naar het organiseren van het leerproces van de student. Niet meer de docent centraal, maar daadwerkelijk de student centraal met zijn eigen leerproces. Corona heeft bewezen dat daar technologisch geen belemmeringen meer voor zijn, de online middelen zijn aanwezig.

Maar hoe maak je de discussie met het onderwijs nu concreet als je vraagt aan een BOL-opleiding om op bijvoorbeeld dinsdag of donderdag online activiteiten te organiseren voor de studenten? Barend Last (Blended learning specialist, Universiteit Maastricht) geeft hierover veel lezingen in het land en gebruikt daarbij een handige “toolkit” om de discussie over fysiek en online onderwijs goed en gestructureerd te kunnen voeren. Hij spreekt over het uitwerken van een studentgerichte leerreis waarbij het onderwijs nadenkt welke leeractiviteiten een student online of fysiek zou kunnen uitvoeren, maar waarbij het ook een logische volgorde wordt van online en fysiek.

Het gesprek binnen het onderwijs kan beginnen met een blanco vel (of een digitale versie via bijv. Mural) met daarin een matrix met de dagen van de week. In ons voorbeeld zouden BOL-opleidingen de dinsdag of donderdag moeten vullen met online leer-activiteiten om het capaciteits-probleem op deze dagen, vanwege de aanwezigheid van de BBL-groepen, op te lossen.

In het volgende voorbeeld wordt voor de opleiding Verpleegkunde online en fysiek met elkaar gecombineerd. In de uitgewerkte leerreis oefent de student op woensdag op een praktische manier met de pop zijn anatomische kennis. Op dinsdag bereidt hij dit online voor. De werkcolleges en het oefenen zijn fysiek, maar het daadwerkelijke leren vindt thuis plaats en ook het korte coachingsgesprek is op vrijdag online. Eigenlijk ontstaat hier een variant van “flipping the classroom”, kennisverwerving vindt online plaats met korte videoclips en de fysieke ontmoeting met de docent heeft vooral tot doel om kennis te maken, uitleg te krijgen en te oefenen.

 

Flexibel online examineren

Het omzetten van het examineren en toetsen online is in coronatijd één van de grote issues geweest. Dit heeft vanwege de privacy discussie zelfs nog de landelijke politiek gehaald. Proctoring blijkt best een grote inbreuk op de privacy te hebben. Na een kort geding is bepaald dat de inzet daarvan in coronatijd te rechtvaardigen was, omdat er maar weinig andere opties waren om zo massaal (online) te kunnen toetsen. Het is goed dat er nu richtlijnen zijn gekomen maar dat betekent niet dat er nu zomaar overgegaan kan worden op online toetsen met proctoring. Net als de student bij een MOOC (Massive Open Online Course) er bewust voor kiest om op deze manier het onderwijs te volgen, moet de student er ook zelf voor kiezen om op deze manier zijn toets of examen te maken.

Toch biedt het online afnemen van tentamens, al dan niet met proctoring, de mogelijkheid om studenten meer tijd- en plaatsonafhankelijk te laten toetsen. Nu raken studenten nog regelmatig in de problemen doordat maar een beperkt aantal toetsmomenten in een jaar aangeboden worden. Er kleven ook nadelen aan het online toetsen die vooral te maken hebben met het ontwerpen van toetsen. Oftewel ook nu weer een onderwijsinhoudelijke discussie. Online toetsen vraagt niet alleen om een grote toetsbank met vragen, maar ook dat ieder tentamen zo samengesteld wordt dat iedere afname even zwaar is. Dit betekent dat men heel goed moet nadenken bij het ontwikkelen van toetsvragen om iedere afnamemoment gelijk te laten zijn. Ook hier geldt dat het verstandig is om dit aan de voorkant mee te nemen bij het ontwerpen van het onderwijs maar ook na te denken over andere vormen van online beoordelen.

Ook hier zijn docenten tijdens de coronatijd mee aan de slag gegaan en is er gezocht naar andere mogelijkheden om een student online te beoordelen. Je kunt hierbij denken aan het schrijven van een essay, het analyseren van een praktijksituatie, het geven van een presentatie over de lesstof of het ontwerpen van een product of model. Een student leert veel van een opdracht in de praktijk waarbij hij of zij actief aan de slag moet met de lesstof.

Via de volgende link kun je het verslag vinden van een symposium over toetsen op afstand:
Plaats- en tijdonafhankelijk toetsen, Sharon Klinkenberg, NRO Symposium hoger onderwijs, 15 januari 2021

Conclusie

Vanuit onderwijslogistiek oogpunt is het goed de discussie over de piekbelastingen in het rooster en de gevolgen van blended learning aan te gaan. Technologische ontwikkelingen en de coronatijd hebben laten zien dat online onderwijs en toetsing mogelijk zijn en een oplossing kunnen zijn voor bepaalde knelpunten. Echter deze blog heeft laten zien dat dit alleen niet genoeg is om deze verandering teweeg te brengen. Met blended learning kan het beste uit de 2 werelden meegenomen worden zodat het leren voor de student zo goed mogelijk ondersteund wordt. Dit kan niet zonder een goede onderwijskundige visie.

 

Om de discussie met het onderwijs te starten, zijn er praktische handvatten die door de onderwijslogistiek expert gebruikt kunnen worden om de juiste discussie met het onderwijs te voeren. De aanleiding zijn wel de bekende knelpunten, maar met deze tools kan gezocht worden naar oplossingen die ook het onderwijs weer een stukje beter maken. En dat is toch het gezamenlijke doel.

Voor online examineren ligt er een grote uitdaging in het bedenken en ontwerpen van toetsen.

 

Nieuwe vormen van beoordelen die aansluiten bij het nieuwe leren en daar hoort digitaal toetsen niet altijd bij. Maar ook het digitaal toetsen is in beweging. Uitgeverijen en beroepsverenigingen werken aan landelijke toetsbanken die via open standaarden gekoppeld

kunnen worden aan het toetssysteem van de onderwijsinstelling. Door daarin de krachten te bundelen, kunnen betrouwbare toetsen gemaakt worden voor online afname, al dan niet met proctoring.

Senz Interim heeft veel kennis over deze nieuwe onderwijs- en toetsvormen en de mogelijke voordelen en gevolgen hiervan voor de onderwijslogistiek. Wij delen deze kennis graag, zowel persoonlijk als door middel van online kennissessie. Wij nodigen iedereen van harte uit om mee te denken en te praten over het onderwijs van de toekomst.

 

Van registreren naar regisseren – een transitie in de onderwijslogistiek

 De hele wereld is op dit moment in verandering en dit leidt tot veel onrust. We komen net uit een pandemie waarin we geconfronteerd zijn met een nieuw virus en daarom heen maatregelen waar we allemaal last van hebben gehad. De pandemie is nog niet voorbij of we rollen een nieuwe koude oorlog in, maar dit zijn niet de enige merkbare veranderingen. In de industrie praat men al over Industrie 4.0, het “Industrial internet”. De industrie verplaatst zich naar het internet en het zijn niet meer de olie- en staalreuzen die de economie bepalen, maar de techgiganten zoals Google, Apple en Amazon. Maar hoe zit dat met het onderwijs en de onderwijslogistiek?

 Inleiding

Tijdens de pandemie en lockdown is duidelijk geworden dat onderwijs op afstand heel goed mogelijk is en dat daar in principe geen beperkingen in zitten. Kennisoverdracht, toetsen en huiswerk maken zijn allemaal activiteiten die niet in het klaslokaal plaats hoeven te vinden. Maar we leren ook dat onderwijs een sociaal gebeuren is, waarbij het echte menselijke contact belangrijk is en ertoe doet.

Naast de voortschrijdende technologie die steeds meer mogelijk maakt zien we ook in de maatschappij en in het onderwijs veranderingen. Leven lang ontwikkelen wordt steeds meer aanvaart en jongeren hebben geen behoefte meer aan een vaste baan. Ze leven veel meer in het nu, nemen een baantje naast de studie en zijn sociaal actief met vrienden. De overheid is inmiddels ook begonnen om het principe van leven lang ontwikkelen te stimuleren en binnen onderwijsinstellingen ontstaan allerlei initiatieven om hierbij aan te haken. Dit wordt gesteund door landelijke ontwikkelingen bij SURF om onderwijs uit te kunnen wisselen, dit worden ook wel EduBadges genoemd, en de student een eigen landelijk dossier te geven waarin hij zijn verworven kennis en competenties kan aantonen aan een potentiële werkgever.

Ook zijn er binnen het onderwijs bewegingen om af te raken van de beklemmende toetscultuur. Het onderwijs zou zich meer moeten richten op de ontwikkeling van de student. Binnen het onderwijs wordt er al een aantal jaren gesproken over een paradigma shift. Claire Boonstra, een van de voorvechtsters, omschrijft dit nieuwe paradigma als:

“We willen een systeem dat individueel, maatschappelijk en planetair welzijn genereert. Waarin we als mensen leren ontdekken wie we zijn, waar we voor staan en waar we naartoe willen in het leven, waar we leren ons volledige potentieel te ontketenen. Waarin we samen het leven leren en samen leren leven. Waarin we verantwoordelijkheid leren nemen voor ons eigen leven en voor de samenleving waarnaar we streven: vredig, gelukkig, gezond en duurzaam.”

Ontwikkeling i.p.v. het onderwijzen van kennis en toetsen van vaardigheden. Overal ontstaan nieuwe scholen die volgens een ander principe onderwijs geven.

In dit stuk willen we stilstaan bij deze veranderingen, maar vooral ook nadenken over het organiseren van deze veranderingen, want uiteindelijk moeten deze veranderingen ook gerealiseerd worden; daar komt onze expertise om de hoek kijken: Onderwijslogistiek! De roep om flexibiliteit, andere onderwijsvormen en digitaal vs. fysiek onderwijs zijn allemaal bewegingen die een andere manier van ondersteuning en organiseren vragen en waarbij het logistieke proces rondom het onderwijs aanzienlijk gaat veranderen.

Maatschappelijke veranderingen

De maatschappij verandert op dit moment razendsnel en het tempo van deze veranderingen lijkt alleen maar hoger te worden. Deze veranderingen, maar ook de demografie van de beroepsbevolking zorgen ervoor dat bijleren noodzakelijk wordt. Op allerlei gebieden zijn de veranderingen in gang gezet. De fax is alweer jaren verouderd, inmiddels zitten we midden in een energietransitie en het plaats- en tijdsgebonden werken is achterhaald door het online werken. Dit betekent dat de basiskennis vanuit een initiële opleiding binnen 5 tot 10 jaar verouderd is en werknemers bijgeschoold moeten worden in nieuwe technieken en technologieën.

Deze beweging zorgt ervoor dat het steeds vanzelfsprekender wordt dat bedrijven, organisaties en mensen altijd in ontwikkeling blijven. Vanuit de overheid zijn nu initiatieven gekomen om het leven lang ontwikkelen te bevorderingen. Vanuit de Sociaal Economische Raad (SER) worden regionale samenwerkingsverbanden gestimuleerd om binnen een regio bedrijfsleven (sectoren), gemeenten en onderwijsinstelling samen te laten werken. In onze regio is bijvoorbeeld het Twents Fonds voor Vakmanschap opgezet om modern vakmanschap te bevorderen en mensen te ondersteunen met een persoonlijke financiële tegemoetkoming bij hun eigen ontwikkeling. En sinds 1 maart 2022 kan elk individu via het UWV een STAP-budget subsidie aanvragen voor een eigen opleiding. Onderwijsinstellingen zijn op dit moment bezig om opleidingen hiervoor aan te bieden, want om in aanmerking te komen voor STAP-subsidie moet een opleiding geregistreerd staan in het landelijk “Registratie Instellingen en Opleidingen” (RIO). Dit betekent ook dat bedrijfsopleidingen van ROC’s en HBO’s gebruik moeten gaan maken van de reguliere systemen binnen de instelling. Vaak staan deze afdelingen nog los van het reguliere onderwijs.

Dit impliceert ook dat de processen op elkaar afgestemd moeten worden. Tot voorheen werkte een onderwijsinstelling vooral aanbodgestuurd, maar nu moet er steeds meer vraaggestuurd gewerkt gaan worden. Cursisten kunnen zich voor het STAP-budget op 5 momenten per jaar aanmelden en zich inschrijven voor een cursus of (delen van) opleiding. Dit ritme past niet bij het reguliere onderwijs, waarbij studenten hooguit 2x per jaar instromen. Systemen die tot voor kort volledig gericht waren op het vaste aanbod en studentgroepen, moeten nu ineens een grotere mate van flexibiliteit aan kunnen.

Landelijk wordt deze tendens ook gevolgd. Zo wordt bij SURF en MBO Digitaal gewerkt aan een eigen dossier voor iedereen. Met een EduID krijgt iedereen toegang tot zijn eigen dossier waarin de student zelf al zijn diploma’s, certificaten en/of andere waarderingen kan opnemen. Met EduBadges wordt het mogelijk om naast officiële waardepapieren ook verworven competenties op te nemen in het eigen dossier, mits deze zijn uitgewerkt in EduBadges. MBO-digitaal heeft tijdens hun conferentie aangegeven dat voor ROC’s bijvoorbeeld geldt dat zij zich vooral richten op de 21st century skills zoals creativiteit en ondernemerschap. Op deze manier kan iemand niet alleen op basis van zijn diploma’s of certificaten laten zien wat zijn capaciteiten zijn, maar ook op basis van verworven competenties.

 Onderwijskundige veranderingen

Naast deze maatschappelijke veranderingen staat het onderwijs ook voor een grote verandering. Dermate groot dat er rondom het onderwijs sprake is van een paradigma shift. Interessant is dat het onderwijs van nu eigenlijk nog stamt uit de periode dat het werk geregeld werd met een bel of sirene en waarin men nog werkt met strakke klassen en leeftijdsgroepen. Iedereen krijgt hetzelfde onderwijsprogramma en daarin is weinig ruimte voor flexibiliteit. Alles moet getest, getoetst en gecontroleerd worden, waardoor er weinig ruimte is voor studenten die vertragen of willen versnellen. Dit zijn allemaal kenmerken die stammen uit de tijd van de Industriële revolutie, Industrie 1.0. Inmiddels heeft de industrie zich ontwikkeld tot op de rand van 4.0 of zelfs daarover. Eigenlijk is het onderwijs stil blijven staan en ontwikkelt zich heel langzaam. Daar waar de industrie gebruik maakt van de mogelijkheden van informatietechnologie, vindt het onderwijs nog steeds traditioneel plaats in een klas, met een docent en is de inzet van nieuwe technologieën vooral nog beperkt tot een verlengstuk van het traditioneel lesgeven.

Wat dat betreft heeft de pandemie ons laten zien, dat onder grote druk, een enorme verandering in het onderwijs plaats kan vinden. Corona heeft laten zien dat tijd en plaats afhankelijkheid niet meer opgaat, want inmiddels kunnen alle docenten en leerlingen omgaan met afstandsleren. Docenten merken wel, dat bij afstandsleren de student meer verantwoordelijkheid moet nemen over hun eigen leerproces en de docent eigenlijk een andere rol krijgt. Dit sluit aan bij ontwikkelingen die er eigenlijk al waren vanuit onderwijskundig oogpunt zoals gepersonaliseerd leren, thematisch en contextgericht onderwijs, flipping the classroom en de inzet van portfolio’s. Al deze ontwikkelingen hebben tot doel om meer aan te sluiten bij de intrinsieke motivatie van leerlingen en hen meer te betrekken in hun eigen leerproces. Hier zit dan ook de paradigmashift van ‘onderwijs geven’ naar ‘leren organiseren’.

Bij ‘onderwijs geven’ staat de leerkracht centraal in het leerproces en ligt de focus bij centrale sturing op de inhoud. Bij ‘leren organiseren’ staat het leerproces van de leerling centraal en ligt de focus meer op het sturen van het proces en het creëren van een rijke leeromgeving. Nu docenten massaal de overstap naar thuisonderwijs hebben moeten maken, liggen er kansen om over te stappen op het ‘leren organiseren’. Maar we hebben ook geleerd dat alleen maar thuisonderwijs niet goed is voor de sociale ontwikkeling van leerlingen en studenten. Een sociale gezamenlijke basis is belangrijk voor het welbevinden van studenten, maar het daadwerkelijk leren hoeft niet meer alleen in het klaslokaal plaats te vinden. Het zal interessant worden of het onderwijs na Corona weer terugbuigt naar het traditionele onderwijsgeven of dat het onderwijs deze nieuwe wijze van onderwijs geven gaan omarmen en door ontwikkelen. “Never waste a good crisis,” is in het management een gevleugelde term, maar is het onderwijs ook in staat om deze kans te grijpen?

Deze verandering kan zomaar leiden tot het einde van de traditionele klas. Het is denkbaar dat er nog iets van een stamgroep blijft waarin studenten hun thuisbasis hebben, maar het organiseren van het onderwijs zal gaan via flexibele lesgroepen, waarbij studenten zelf keuzes kunnen maken. Het traditionele klaslokaal verdwijnt misschien wel en schoolgebouwen veranderen in een ontmoetings-ruimte voor studenten en docenten.
Een mooi voorbeeld is de “Classroom of the future” bij de Universiteit Twente. Een multifunctionele ruimte voor korte centrale uitleg en een flexibele inrichting voor groepswerk en begeleiding.

 Technologische veranderingen

Het onderwijs is de afgelopen tijd niet tot stilstand gekomen dankzij de inzet van allerlei nieuwe technieken en technologieën. De ontwikkeling en het gebruik van online videomeetings, zoals Teams en Zoom, door het onderwijs is van de ene op de andere dag in een stroomversnelling geraakt. Daar waar men anders jaren doet over een implementatie van een applicatie, werkte nu binnen 2 weken een volledige onderwijsinstelling met Teams. Een projectleider bij een grote hogeschool biechtte laatst op dat het 3 jaren plan voor de implementatie van Teams de prullenbak in kon: “Iedereen gebruikt nu Teams en de hele organisatie heeft een mega klus gedaan om iedereen te helpen en te ondersteunen om alles mogelijk te maken.”

Ook het op afstand organiseren van tentamens en toetsen is ineens volwassen geworden. Was proctoring tot voor kort een begrip bij het examineren van MOOC’s (Massive open online courses) en hielden kleine bedrijfjes zich daar mee bezig. Nu is de capaciteit naar aanleiding van de vraag van de onderwijsinstellingen aanzienlijk toegenomen. Ook opent deze ontwikkeling de mogelijkheid om tijd en plaats onafhankelijk tentamens en toetsen af te nemen bij studenten. Ook hier zie je dat er bij de instellingen projecten komen om de mogelijkheden van flexibel examineren te implementeren. Dit geeft studenten de mogelijkheid om te versnellen of te vertragen. Zo loopt de student weinig tot geen studieachterstand op, hoeven ze niet meer een jaar te wachten op een volgende kans en kunnen de momenten van tentamens en toetsen afgestemd worden op het individuele traject van een student.

Naast de toegenomen mogelijkheden voor afstandsonderwijs met Teams en proctoring, zien we ook andere ontwikkelingen. Het massaal gebruik van apps brengt data steeds dichterbij de eindgebruiker, in ons geval de docent en de student. Deze ontwikkelingen zien we nu terug in bijvoorbeeld het opzetten van het eigen dossier waarin de student eigenaar wordt van zijn eigen dossier. Met DigID (of straks het EduID) is het mogelijk om officiële bronnen vanuit ROD (Register Onderwijs-deelnemers) te raadplegen en daar de officieel behaalde diploma’s op te halen. Inmiddels heeft de overheid met een soortelijk proces al veel ervaring opgedaan, namelijk met de Corona Check app waarmee een burger zijn inentingen op kan halen bij de GGD.

Daar waar je nu ziet dat de digitale overheid en maatschappij een steeds duidelijkere vlucht begint te nemen, zullen onderwijsinstellingen ook moeten volgen. De burger, of in dit geval de student, vindt het steeds normaler om digitaal met de instelling te communiceren. Ook wordt zichtbaar dat het ook steeds beter lukt om ook meer privacygevoelige informatie via apps goed te beschermen. De meeste mensen doen hun bankzaken via apps en zijn gewend aan de handelingen die men moeten verrichten om het dataverkeer veilig te houden.

Onderwijsinstellingen worden hierin nogal geremd door de gebruikte systemen die veelal ontwikkeld zijn aan het begin van deze eeuw met de kennis die toen actueel was. De technologische ontwikkelingen gaan zo snel, dat deze systemen nu eigenlijk al verouderd zijn en niet meer aansluiten bij de wens en behoefte van de eindgebruiker. Zelf je eigen leerroute samenstellen, zelf wijzigingen maken in het rooster en zelf van lesgroepje veranderen zijn voorbeelden van processen die technologisch al makkelijk zouden kunnen, maar die in het onderwijs nog niet gangbaar zijn of zelfs tegengehouden worden.

Transitie mogelijk maken

Als je kijkt naar de drie bovenstaande ontwikkelingen, dan zie je dat optimaliseren en aanpassen van bestaande processen niet meer werkt. Men moet op zoek naar nieuwe wegen om deze veranderingen tegelijkertijd mogelijk te maken. Er is transitie nodig!!

Daarbij wordt een aantal belangrijke knelpunten benoemd die deze transitie in de weg staan. Zelfs de overheid, die veel van deze transities aanwakkert, ziet het onderwijs nog steeds als een economisch systeem, waarbij efficiënt, effectief, betaalbaar en controleerbaar nog steeds de belangrijkste randvoorwaarden zijn. Daarmee jagen we vooral de docenten en de studenten over de kling. Werkdruk en studiestress zijn grote persistente problemen in het onderwijs die vooral veranderingen tegenwerken.

Om de transitie te ondersteunen is het belangrijk om oplossingen samen te voegen en niet afzonderlijk te ontwikkelen. Nieuwe technologische ontwikkelingen als een Eigen dossier of EduBadges komen los te staan als deze niet gepaard gaan met het omarmen van Leven Lang Ontwikkelen en de bijbehorende flexibiliteit die daarmee gepaard gaat. De flexibiliteit kan echter niet los gezien worden van tijd en plaats onafhankelijk onderwijs om het betaalbaar te houden. Tijd en plaats onafhankelijk onderwijs kan weer niet zonder een visie op blended learning. Nieuwe didactische werkvormen als flipping the classroom en hybride onderwijs worden (door)ontwikkeld en ingezet. De docent geeft niet alleen meer klassikaal frontaal onderwijs, maar coacht de student op afstand in bijvoorbeeld “the Classroom of the future”, waarbij de leerling eigenaar is van zijn eigen leerproces.

Bij dit alles komt de organiseerbaarheid van het onderwijs, wat het expertisegebied is van Senz Interim, om de hoek kijken. Hoe kunnen we vanuit onderwijslogistiek perspectief de bovenstaande dromen werkelijkheid laten worden. Dit vergt visie op processen, informatie en systemen om ervoor te zorgen dat de technologieën ook in de ondersteuning op een juiste manier ingezet wordt. De veranderende rol van docent, van klassikaal lesgevende naar een coachende rol, betekent ook voor de ondersteuners dat zij de processen anders moeten gaan regisseren en zich niet meer bezig moeten houden met eindeloze registraties: “Van registreren naar regisseren”. Een verandering die we ook met de komst van Studielink gezien hebben bij het aanmeldproces van de student.

 Over de auteur

Inmiddels is de komst van Studielink bijna 20 jaar geleden en toen stond ik nog aan het begin van mijn carrière. Nu, in het laatste decennium van mijn loopbaan, lijken we weer klaar te staan voor een volgende sprong voorwaarts. De technologie biedt nieuwe kansen, landelijk en maatschappelijk zijn er ontwikkelingen die het onderwijs kunnen ondersteunen in hun stap naar het organiseren van het leren i.p.v. het verzorgen van onderwijs.

Toen hield ik me intensief bezig met de ontwikkeling en implementatie van Studielink en zagen we de eerste veranderingen binnen de ondersteuning van registreren naar het regisseren van het proces van een student. Er lag toen al een visie bij SURF om ook het onderwijs en individuele resultaten an studenten landelijk te koppelen, maar die transitie heeft zich toen niet echt doorgezet naar andere delen van de onderwijslogistiek. Ik heb het maar mondjes maat over zien slaan naar de cijfer- en examenadministratie en het plannen en roosteren. Ja, docenten mogen hun eigen cijfers invoeren en een opleidingsmanager kan de inzetplanning maken voor zijn team.

Maar, het onderwijs ontwikkelt nog steeds het curriculum in Word en Excel en niet direct in een onderwijs-catalogus, die als basis kan dienen voor de andere applicaties. Een rooster is nog steeds alleen toegankelijk voor de roostermaker en wordt niet teruggegeven aan docent en student om daarin zelf de beslissingen te nemen. Soms is het didactisch nodig om een extra verduidelijkende les of een leerzaam vragenuurtje in te zetten. Dit laatste zou naadloos passen in de visie dat een docent het leren van zijn studenten organiseert.

In mijn laatste opdrachten zet ik referentiearchitectuur in om duidelijk te maken dat bijvoorbeeld het proces van onderwijsontwikkeling ook een bijbehorende applicatie nodig heeft.  Een student moet zelf regie krijgen over zijn individuele studie- en leerroute, maar daar moeten de processen en systemen wel op aangepast worden. Met leven lang ontwikkelen vraagt een student om onderwijs op maat die aansluit op zijn leerbehoefte.  Hoe gaan we dat plannen zodat we dit ook waar kunnen maken voor deze student? In de komende maanden zal ik samen met anderen deze vraagstukken nader bekijken en zoeken naar oplossingen vanuit onderwijslogistieke perspectief. Hoe kunnen we deze processen zo goed mogelijk regisseren vanuit de ondersteuning voor degene die deze processen uitvoeren?

Onze opdrachtgevers

Aarhus Universiteit

Blijf op de hoogte!

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van onderwijslogistiek? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief

Voornaam
Achternaam
E-mailadres