Terugbuigen?

Terug naar blogs

Terugbuigen?

Geschreven op 11 juli 2022

Nu we weer terugkomen uit een hectische periode en iedereen weer snakt naar het normale leven, is het tijd voor reflectie op wat we geleerd hebben. Een Engels gezegde is: “Never waste a good crisis”. We hebben ervaren dat onderwijs geven op afstand mogelijk is dankzij Teams en andere technologische middelen en dat grote hoorcolleges met weinig interactie makkelijk online gegeven kunnen worden. Het overdragen van kennis kan heel goed online en ook het examineren en tentamineren kan online georganiseerd worden voor grote groepen m.b.v. proctoring. Dit geeft mogelijkheden om vooral tijd- en plaatsonafhankelijk te examineren. Deze kennis is zeker in het kader van de flexibilisering erg belangrijk.

Maar daarbij zijn wel weer kanttekeningen te plaatsen, want we hebben ook de keerzijde van het volledig online onderwijs gezien. De afgelopen tijd heeft ook laten zien dat alleen online onderwijs ook niet de juiste weg is.

  • Onderwijs kan online, maar de sociale interactie tussen leerlingen onderling en tussen de leerling en docent zijn wezenlijke onderdelen van het lesgeven.
  • Online onderwijs moet eigenlijk samen gaan met een visie op blended learning. Het moet een onderdeel zijn van het totale onderwijsconcept.
  • Proctoring wordt ervaren als een middel dat een grote inbreuk doet op de privacy van de student en stressverhogend werkt.
  • Online toetsen kan, maar de uitdaging zit in het opzetten van toetsbanken zodat er meerdere gelijkwaardige varianten gemaakt kunnen worden voor tijd- en plaats onafhankelijk examineren.

De komende tijd wordt het interessant om te zien hoe we omgaan met deze leerervaringen. Buigen we terug naar het oude of behouden we een aantal belangrijke vernieuwingen. Ook in de samenleving zien we de worsteling om het hybride werken vorm te geven. Zo blijken kantoortuinen geen geschikte ruimtes te zijn voor het hybride werken en zoeken we naar een gezonde mix tussen thuis- en op kantoor werken. Er moet meer veranderen anders buigen we weer terug naar het oude vertrouwde werken op kantoor, waarmee ook alle bijkomende problemen als files en overvolle treinen weer terugkeren in ons dagelijkse leven. Datzelfde zien we ook in het onderwijs. Nu alles weer op school kan gebeuren komen de oude bekende knelpunten weer terug. De grote hoorcollegezaal is zo handig voor het eerste introductiecollege en iedereen wil deze op de eerste maandag van de lesperiode om 9 uur graag hebben. Online zaten we elkaar niet in de weg en was dat probleem er niet. Ook hebben we geleerd dat een introductiecollege, meestal puur informatief, makkelijk online verzorgd kan worden.

In dit artikel willen we stilstaan bij de nieuwe mogelijkheden, gecombineerd met de goede oude dingen die we moeten behouden.

  • Faciliteitsproblemen kunnen opgelost worden
    Door na te denken welk onderwijs zich leent voor online onderwijs en daar afspraken over te maken leggen we een minder grote druk op de faciliteiten. Dit betekent wel een uitdaging voor de onderwijslogistiek, want voor studenten en docenten betekent dit dat zij lessen online en fysiek hebben en dat moet wel goed passen.
  • Visie op Blended Learning opent deuren
    Corona heeft ook geleerd dat er online nieuwe mogelijkheden liggen, mits er een onderwijskundige visie komt op blended learning, zodat het online onderwijs een geïntegreerd onderdeel is van het onderwijs. Door te kiezen voor bijvoorbeeld “Flipping the classroom” wordt het onderwijs op locatie vooral het bespreken van huiswerk en aanleren van vaardigheden. Kennisoverdracht vindt vooral online plaats in de vorm van opgenomen videoclips of online lesmateriaal.
  • Flexibel examineren is mogelijk
    Online examineren opent nieuwe mogelijkheden om het examineren te flexibiliseren. Daarbij gaat het niet alleen om het daadwerkelijk online organiseren, maar ook andere manieren van beoordelen, die ervoor zorgen dat studenten meer op hun eigen tijd en plaats kunnen examineren. Dit helpt studenten om studievertraging te voorkomen, omdat zij ergens in de knoei komen met hun eigen planning en de tentamenplanning van de school.


Hybride leren als oplossing voor faciliteitsproblemen

Vanuit de facilitaire hoek wordt er na corona anders tegen ruimtegebruik aangekeken. Voor corona werd al snel besloten om extra ruimte te huren, omdat het toch lastig blijkt om in gesprek met het onderwijs ervoor te zorgen dat de piekbelasting wordt opgelost. Terecht dat er instellingen zijn die eisen dat 10% van het onderwijs online gegeven moet worden. Op deze manier wordt het ruimtegebrek voorkomen en hoeft er geen dure ruimte gehuurd te worden. Een ander voorbeeld is bij een MBO-instelling. Daar zijn bijvoorbeeld de dinsdagen en donderdagen heel druk omdat dan de BBL-klassen binnen zijn. Bij deze instelling is gevraagd aan de BOL-opleidingen om te kijken of het onderwijs op deze dagen online gegeven kan worden.

Maar dan blijkt de praktijk toch weer weerbarstiger dan de theorie. Sommige docenten geven zelf aan dat zij geen onlineonderwijs meer willen geven, omdat zij tijdens de coronaperiode geprobeerd hebben om een reguliere les online te geven en daar een negatieve ervaring aan over hebben gehouden. Daarnaast wordt de puzzel voor de planner of roostermaker ook veel groter, want nu moet er ook goed gekeken worden of een student niet tussentijds heel snel om moet schakelen van een fysieke naar een online les. Het is ook niet praktisch om dezelfde les zowel fysiek als online aan te bieden aan studenten om zo online af te wisselen met fysiek onderwijs. Dit maakt het hybride onderwijs heel lastig en in de praktijk misschien wel onuitvoerbaar.

Hetzelfde zien we bij het gebruik van de hybride lokalen met daarin alle faciliteiten voor onlineonderwijs. Ook deze worden niet meer gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk de ene groep online en de andere groep fysiek aanwezig. Uit eerdere ervaringen blijkt ook dat dit voor docenten een heel lastige situatie is. De voorkeur gaat uit naar allemaal fysiek of allemaal online, maar niet in een hybride setting. Deze lokalen hadden een doel toen een beperkt deel van de studenten op locatie mochten komen, maar het is geen oplossing voor het hybride onderwijs. Daar moeten andere keuzes in gemaakt worden. Er moet meer gekeken worden naar het soort les en wat kan daarin wel en niet online aangeboden kan worden. Zo zullen practica eigenlijk altijd fysiek gegeven moeten worden. Misschien de werkcolleges ook wel, want daar vindt de interactie plaats tussen de docent en student, maar dat zou per werkcollege kunnen verschillen. Maar hoorcolleges of een groot introductiecollege met louter kennis- of informatieoverdracht kunnen wel in kennisclips of online plaatsvinden. Een coachingsles een klein groepje of individueel zou eventueel ook nog online kunnen. De vraag is echter hoe de inhoudelijke discussie hierover gestart kan worden met het onderwijs. Is hier eigenlijk geen onderwijskundige visie voor nodig?

 

 Visie op blended learning

Ook vanuit het onderwijs klinkt het geluid dat hybride onderwijs (parallel fysiek en online lesgeven) gepaard moet gaan met een heldere visie op blended learning, omdat dit anders kan leiden tot verkeerde keuzes (zoals een hybride lokaal voor offline onderwijs) of een bijna niet te organiseren situatie waarbij online en fysieke dagen geroosterd moeten worden voor studenten en docenten.

Al een tijdje is er de trend dat het onderwijs verschuift van het traditionele lesgeven, naar het organiseren van het leerproces van de student. Niet meer de docent centraal, maar daadwerkelijk de student centraal met zijn eigen leerproces. Corona heeft bewezen dat daar technologisch geen belemmeringen meer voor zijn, de online middelen zijn aanwezig.

Maar hoe maak je de discussie met het onderwijs nu concreet als je vraagt aan een BOL-opleiding om op bijvoorbeeld dinsdag of donderdag online activiteiten te organiseren voor de studenten? Barend Last (Blended learning specialist, Universiteit Maastricht) geeft hierover veel lezingen in het land en gebruikt daarbij een handige “toolkit” om de discussie over fysiek en online onderwijs goed en gestructureerd te kunnen voeren. Hij spreekt over het uitwerken van een studentgerichte leerreis waarbij het onderwijs nadenkt welke leeractiviteiten een student online of fysiek zou kunnen uitvoeren, maar waarbij het ook een logische volgorde wordt van online en fysiek.

Het gesprek binnen het onderwijs kan beginnen met een blanco vel (of een digitale versie via bijv. Mural) met daarin een matrix met de dagen van de week. In ons voorbeeld zouden BOL-opleidingen de dinsdag of donderdag moeten vullen met online leer-activiteiten om het capaciteits-probleem op deze dagen, vanwege de aanwezigheid van de BBL-groepen, op te lossen.

In het volgende voorbeeld wordt voor de opleiding Verpleegkunde online en fysiek met elkaar gecombineerd. In de uitgewerkte leerreis oefent de student op woensdag op een praktische manier met de pop zijn anatomische kennis. Op dinsdag bereidt hij dit online voor. De werkcolleges en het oefenen zijn fysiek, maar het daadwerkelijke leren vindt thuis plaats en ook het korte coachingsgesprek is op vrijdag online. Eigenlijk ontstaat hier een variant van “flipping the classroom”, kennisverwerving vindt online plaats met korte videoclips en de fysieke ontmoeting met de docent heeft vooral tot doel om kennis te maken, uitleg te krijgen en te oefenen.

Flexibel online examineren

Het omzetten van het examineren en toetsen online is in coronatijd één van de grote issues geweest. Dit heeft vanwege de privacy discussie zelfs nog de landelijke politiek gehaald. Proctoring blijkt best een grote inbreuk op de privacy te hebben. Na een kort geding is bepaald dat de inzet daarvan in coronatijd te rechtvaardigen was, omdat er maar weinig andere opties waren om zo massaal (online) te kunnen toetsen. Het is goed dat er nu richtlijnen zijn gekomen maar dat betekent niet dat er nu zomaar overgegaan kan worden op online toetsen met proctoring. Net als de student bij een MOOC (Massive Open Online Course) er bewust voor kiest om op deze manier het onderwijs te volgen, moet de student er ook zelf voor kiezen om op deze manier zijn toets of examen te maken.

Toch biedt het online afnemen van tentamens, al dan niet met proctoring, de mogelijkheid om studenten meer tijd- en plaatsonafhankelijk te laten toetsen. Nu raken studenten nog regelmatig in de problemen doordat maar een beperkt aantal toetsmomenten in een jaar aangeboden worden. Er kleven ook nadelen aan het online toetsen die vooral te maken hebben met het ontwerpen van toetsen. Oftewel ook nu weer een onderwijsinhoudelijke discussie. Online toetsen vraagt niet alleen om een grote toetsbank met vragen, maar ook dat ieder tentamen zo samengesteld wordt dat iedere afname even zwaar is. Dit betekent dat men heel goed moet nadenken bij het ontwikkelen van toetsvragen om iedere afnamemoment gelijk te laten zijn. Ook hier geldt dat het verstandig is om dit aan de voorkant mee te nemen bij het ontwerpen van het onderwijs maar ook na te denken over andere vormen van online beoordelen.

Ook hier zijn docenten tijdens de coronatijd mee aan de slag gegaan en is er gezocht naar andere mogelijkheden om een student online te beoordelen. Je kunt hierbij denken aan het schrijven van een essay, het analyseren van een praktijksituatie, het geven van een presentatie over de lesstof of het ontwerpen van een product of model. Een student leert veel van een opdracht in de praktijk waarbij hij of zij actief aan de slag moet met de lesstof.

Via de volgende link kun je het verslag vinden van een symposium over toetsen op afstand:
Plaats- en tijdonafhankelijk toetsen, Sharon Klinkenberg, NRO Symposium hoger onderwijs, 15 januari 2021

Conclusie

Vanuit onderwijslogistiek oogpunt is het goed de discussie over de piekbelastingen in het rooster en de gevolgen van blended learning aan te gaan. Technologische ontwikkelingen en de coronatijd hebben laten zien dat online onderwijs en toetsing mogelijk zijn en een oplossing kunnen zijn voor bepaalde knelpunten. Echter deze blog heeft laten zien dat dit alleen niet genoeg is om deze verandering teweeg te brengen. Met blended learning kan het beste uit de 2 werelden meegenomen worden zodat het leren voor de student zo goed mogelijk ondersteund wordt. Dit kan niet zonder een goede onderwijskundige visie.

Om de discussie met het onderwijs te starten, zijn er praktische handvatten die door de onderwijslogistiek expert gebruikt kunnen worden om de juiste discussie met het onderwijs te voeren. De aanleiding zijn wel de bekende knelpunten, maar met deze tools kan gezocht worden naar oplossingen die ook het onderwijs weer een stukje beter maken. En dat is toch het gezamenlijke doel.

Voor online examineren ligt er een grote uitdaging in het bedenken en ontwerpen van toetsen.

 

Nieuwe vormen van beoordelen die aansluiten bij het nieuwe leren en daar hoort digitaal toetsen niet altijd bij. Maar ook het digitaal toetsen is in beweging. Uitgeverijen en beroepsverenigingen werken aan landelijke toetsbanken die via open standaarden gekoppeld

kunnen worden aan het toetssysteem van de onderwijsinstelling. Door daarin de krachten te bundelen, kunnen betrouwbare toetsen gemaakt worden voor online afname, al dan niet met proctoring.

Senz Interim heeft veel kennis over deze nieuwe onderwijs- en toetsvormen en de mogelijke voordelen en gevolgen hiervan voor de onderwijslogistiek. Wij delen deze kennis graag, zowel persoonlijk als door middel van online kennissessie. Wij nodigen iedereen van harte uit om mee te denken en te praten over het onderwijs van de toekomst.

 

Meer weten?

Wil je meer informatie over het onderwijsmodel, vul dan onderstaand formulier in.

Onze opdrachtgevers

Aarhus Universiteit

Blijf op de hoogte!

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van onderwijslogistiek? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief

[wpml_language_selector_widget]